|
Artikel 1
Op verzoek van één van de partijen bij het geding
wordt een conciliatiecommissie gevormd. Tenzij de partijen anders
overeenkomen, bestaat de commissie uit vijf leden: waarvan elke partij
er twee benoemt en een voorzitter gezamenlijk door die leden wordt
gekozen.
Artikel 2
Bij geschillen tussen meer dan twee partijen, benoemen
de partijen die een gemeenschappelijk belang hebben hun leden van de
commissie gezamenlijk. Wanneer twee of meer partijen verschillende
belangen hebben of wanneer er onenigheid bestaat omtrent de vraag of zij
hetzelfde belang hebben, benoemen zij hun leden afzonderlijk.
Artikel 3
Indien binnen twee maanden na de datum van het verzoek
tot vorming van een conciliatiecommissie benoemingen door
partijen niet zijn verricht, worden die benoemingen, indien de partij
die het verzoek heeft ingediend zulks verzoekt, verricht door de
Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties binnen een nieuwe termijn
van twee maanden.
Artikel 4
Indien binnen twee maanden na de benoeming van het
laatste lid van de conciliatiecommissie geen voorzitter is gekozen,
wordt de voorzitter, indien een partij zulks verzoekt, benoemd door de
Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties binnen een nieuwe termijn
van twee maanden.
Artikel 5
De conciliatiecommissie neemt haar besluiten met een
meerderheid van stemmen van haar leden. Zij stelt haar eigen
procedureregels vast, tenzij de partijen bij het geschil anders
overeenkomen. Zij doet een voorstel tot oplossing van het geschil,
hetwelk de partijen te goeder trouw in overweging nemen.
Artikel 6
Een verschil van mening omtrent de vraag of de
conciliatiecommissie bevoegd is, zal door de Commissie worden beslist.
 |