|
1. Wijzigingen op dit Verdrag kunnen worden voorgesteld
door elke Verdragsluitende Partij. Wijzigingen op een protocol kunnen
worden voorgesteld door elke Partij bij dat protocol.
2. Wijzigingen op dit Verdrag worden aangenomen op een
vergadering van de Conferentie van de Partijen. Wijzigingen op een
protocol worden aangenomen op een vergadering van de Partijen bij het
desbetreffende protocol. De tekst van een voorgestelde wijziging op dit
Verdrag of op een protocol wordt, tenzij in het desbetreffende protocol
anders is bepaald, ten minste zes maanden vóór de vergadering waarop
zij ter aanneming wordt voorgelegd, door het Secretariaat aan de
Partijen bij de desbetreffende akte medegedeeld. Voorgestelde
wijzigingen worden door het Secretariaat tevens ter kennisneming
toegezonden aan de ondertekenaars van dit Verdrag.
3. De Partijen stellen alles in het werk om over elke
voorgestelde wijziging op dit Verdrag of op een protocol overeenstemming
te bereiken door middel van consensus. Indien alle pogingen om tot
consensus te komen mislukken en er geen overeenstemming wordt bereikt,
wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een meerderheid
van twee derde van de aanwezige Partijen bij de desbetreffende akte die
hun stem uitbrengen, en wordt zij door de Depositaris aan de Partijen
voorgelegd ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
4. De bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van
wijzigingen wordt schriftelijk medegedeeld aan de Depositaris.
Overeenkomstig het derde lid aangenomen wijzigingen worden tussen
Partijen die deze hebben aanvaard van kracht op de negentigste dag na de
nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
door ten minste twee derde van de Partijen bij dit Verdrag of van de
Partijen bij het desbetreffende protocol, tenzij in het desbetreffende
protocol anders is bepaald. Daarna worden de wijzigingen voor elke
andere Partij van kracht op de negentigste dag nadat die Partij haar
akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die wijzigingen
heeft nedergelegd.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
,,aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen" verstaan Partijen die
aanwezig zijn en voor- of tegenstemmen.

|