|
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
,,Biologische diversiteit": de variabiliteit
onder levende organismen van allerlei herkomst, met inbegrip van, onder
andere, terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de
ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken; dit omvat mede de
diversiteit binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen.
,,Biologische rijkdommen": genetische
rijkdommen, organismen of delen daarvan, populaties, of enig ander
biotisch bestanddeel van ecosystemen met een feitelijke of potentiële
waarde of nut voor de mensheid.
,,Biotechnologie": elke technologische
toepassing waarbij biologische systemen, levende organismen, of
afleidingen daarvan, worden gebruikt om produkten of processen tot stand
te brengen of te veranderen voor specifieke doeleinden.
,,Land van oorsprong van genetische
rijkdommen": het land dat die genetische rijkdommen bezit onder in
situ-omstandigheden.
,,Land dat genetische rijkdommen levert": het
land dat genetische rijkdommen levert, verkregen uit in situ-bronnen,
met inbegrip van populaties van zowel wilde als gedomesticeerde soorten,
dan wel verkregen uit ex situ-bronnen, ongeacht of deze hun
oorsprong hebben in dat land.
,,Gedomesticeerde of gecultiveerde soorten":
soorten waarvan het evolutieproces door de mens is beïnvloed om in zijn
behoeften te voorzien.
,,Ecosysteem": een dynamisch complex van
gemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen en hun
niet-levende omgeving, die in een onderlinge wisselwerking een
functionele eenheid vormen.
,,Behoud ex situ": het behoud van
bestanddelen van de biologische diversiteit buiten hun natuurlijke
habitats.
,,Genetisch materiaal": alle materiaal van
plantaardige, dierlijke, microbiële of andere oorsprong dat functionele
eenheden van de erfelijkheid bevat.
,,Genetische rijkdommen": genetisch materiaal
van feitelijke of potentiële waarde.
,,Habitat": de plaats of het soort gebied
waar een organisme of populatie van nature voorkomt.
,,In situ-omstandigheden": de
omstandigheden waaronder genetische rijkdommen voorkomen in ecosystemen
en natuurlijke habitats en, in het geval van gedomesticeerde of
gecultiveerde soorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende
kenmerken hebben ontwikkeld.
,,Behoud in situ": het behoud van
ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel
van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en,
in het geval van gedomesticeerde of gecultiveerde soorten, in de
omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
,,Beschermd gebied": een geografisch bepaald
gebied dat wordt aangewezen of gereguleerd en beheerd ter
verwezenlijking van specifieke doeleinden aangaande behoud.
,,Regionale organisatie voor economische
integratie": een door soevereine Staten in een bepaalde regio
opgerichte organisatie, waaraan haar lidstaten bevoegdheden hebben
overgedragen ten aanzien van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden
en die, in overeenstemming met haar interne procedures, gemachtigd is
dit Verdrag te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren, dan wel
hiertoe toe te treden.
,,Duurzaam gebruik": het gebruik van
bestanddelen van de biologische diversiteit op een wijze en in een tempo
die niet leiden tot achteruitgang van de biologische diversiteit op de
lange termijn, aldus in stand houdend het vermogen daarvan om te
voorzien in de behoeften en te beantwoorden aan de verwachtingen van
huidige en toekomstige generaties.
,,Technologie": alle technologie, met
inbegrip van de biotechnologie.
|