Logo of the Clearing-House Mechanism with link to this website

Link to our fast mirror site in the USA in collaboration with SGRP

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaak gestelde vragen over het Verdrag

 

 

Wat is het Verdrag inzake biologische diversiteit?

Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit is een wettelijk bindend akkoord tussen landen van de hele wereld. De doelstellingen van het Verdrag zijn drievoudig: de biologische diversiteit behouden, de bestanddelen ervan op duurzame wijze gebruiken en de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen op een eerlijke en billijke wijze verdelen onder alle volkeren.

Het is het eerste akkoord dat alle aspecten van biologische diversiteit omvat (soorten, ecosystemen en genetische rijkdommen) en het werd een van de meest geratificeerde internationale verdragen inzake leefmilieu.

In tegenstelling tot andere internationale akkoorden die strikte en concrete actiepunten behelzen, is het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD) een raamverdrag dat een soepele benadering tot uitvoering voorstaat en het aan de individuele partijen overlaat te beslissen hoe de bepalingen moeten worden ingevuld. De meeste artikelen zijn eerder opgesteld onder de vorm van algemene doelstellingen en opties, dan als harde en precieze verplichtingen.

Een van de grootste verwezenlijkingen tot dusver is wel het opwekken van een enorme interesse voor biodiversiteit op nationaal vlak, zowel in de ontwikkelde landen als in de ontwikkelingslanden. Biodiversiteit wordt nu gezien als een zeer belangrijk thema voor leefmilieu en ontwikkeling.

Voor meer informatie, zie:
  -  de tekst van het Verdrag,
  -  de officiŽle website van het Verdrag  (VBD-secretariaat).

 

Waarom hebben we dit Verdrag nodig?

De natuur verschaft ons de basiselementen (zuurstof, water, voedsel, materialen, beschutting, enz.) zonder dewelke wij niet kunnen overleven. Bijgevolg zijn de natuurlijke rijkdommen van vitaal belang voor onze economische, sociale en culturele ontwikkeling.

Daarbij komt dat hoe groter de verscheidenheid van het leven is, hoe groter de kans op medisch belangrijke ontdekkingen en hoe meer kans er is om antwoorden te vinden op globale problemen zoals bv. klimaatveranderingen. Biologische diversiteit is een werelderfgoed dat van enorme waarde is voor de huidige en toekomstige generaties.

Maar, wat stellen we vast? Nooit eerder zijn, als gevolg van menselijke activiteiten, soorten en ecosystemen zo bedreigd als nu het geval is.

Een groeiend besef aangaande het dramatische verlies aan biologische diversiteit was de inspiratiebron voor onderhandelingen om tot een wettelijk bindend kader te komen teninde die alarmerende trend om te buigen. Na de leefmilieuconferentie van de Verenigde Naties, gehouden in Stockholm in 1972, werd in het toen kersverse Leefmilieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) het behoud van de natuur, van de wilde dieren en planten en van de genetische rijkdommen, een prioritair actiepunt.

In de jaren '80 werd het duidelijk dat de bestaande leefmilieuverdragen en programma's voor natuurbehoud niet voldoende waren. In 1988 gaf de Bestuursraad van UNEP aan experten de opdracht om te onderzoeken of er behoefte was aan een internationale conventie over biodiversiteit. Kort nadien, in mei 1989, werd een werkgroep van technische en juridische experten opgericht, om een internationaal wettelijk bindend akkoord voor te bereiden voor het behoud en het duurzame gebruik van biologische diversiteit.

Op 22 mei 1992, tijdens een conferentie in Nairobi, werd de ontwerptekst voor het Verdrag inzake biologische diversiteit, de z.g. 'Nairobi Act', goedgekeurd. De tekst werd voorgelegd aan en goedgekeurd tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Leefmilieu en Ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro, BraziliŽ, in juni 1992.

Meer informatie:
de mens verandert zijn leefwereld zeer ingrijpend,
een korte historiek van het Verdrag.

 

Wanneer trad dit Verdrag in werking?

Het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD) werd voor ondertekening geopend op 5 juni 1992, tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Leefmilieu en Ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro, BraziliŽ, de z.g. Rio-wereldtop.

Het Verdrag werd officieel van kracht op 29 december 1993, namelijk 90 dagen na de 30ste ratificatie van landen, zoals voorzien in artikel 36. Momenteel (juli 2001) is het Verdrag bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, door 180 partijen (179 landen en de Europese Gemeenschap).

Zie ook:
de volledige lijst van de ratificaties.

 

Wat zijn de doelstellingen van het Verdrag?

De doelstellingen van het Verdrag zijn verwoord in het artikel 1.
Ze zijn drievoudig:

  1. het behoud van de biologische diversiteit, (art. 6-9, 11 en 14);
  2. het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan, (art. 6, 10 en 14);
  3. de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen, met inbegrip van passende
    -  toegang tot genetische rijkdommen (art. 15), rekening houdend met alle rechten met betrekking tot die rijkdommen,
    -  overdracht van de desbetreffende technologieŽn (art. 16 en 19), rekening houdend met alle rechten met betrekking tot die technologieŽn, en
    -  financiering (art. 20 en 21).

Dit Verdrag is bijgevolg het eerste internationale akkoord dat alle aspecten van de biologische diversiteit omvat: soorten, ecosystemen en genetische rijkdommen. Het is zelfs de eerste keer dat genetische rijkdommen specifiek zijn opgenomen in een wettelijk bindend, wereldwijd verdrag.

Het Verdrag erkent tevens  -ook voor de eerste maal-  dat het behoud van de biologische diversiteit van gemeenschappelijk belang is voor de mensheid en integraal deel uitmaakt van het ontwikkelingsproces. Met andere woorden, het Verdrag erkent dat de hele mensheid belang heeft bij het behoud van de biologische diversiteit, met inbegrip van de arme landen, van vrouwen en inheemse volkeren, en dat voor de uitvoering van het Verdrag een met overleg gepaard gaande internationale actie noodzakelijk is.

Zie ook on-line:

 

Wat is een COP?

COP is de afkorting van 'COnferentie van de Partijen'. Deze is binnen het Verdrag het hoogste gezag en ze bestaat uit vertegenwoordigers van alle verdragsluitende partijen, alsook uit waarnemers (met spreekrecht maar zonder stemrecht), bv. landen die geen partij zijn, VN-agentschappen, internationale en niet-gouvernementele organisaties.

De hoofdtaak van de COP is het gehele proces van uitvoering en verdere uitdieping van het Verdrag te sturen en te superviseren. De COP onderzoekt welke vooruitgang werd geboekt en stippelt werkplannen uit voor toekomstige acties. De COP kan ook amendementen toevoegen aan het Verdrag en samenwerken met andere internationale verdragen en processen.

De Conferentie van de Partijen komt geregeld bijeen om belangrijke zaken te bespreken. Tot dusver zijn er vijf gewone en ťťn buitengewone vergadering geweest. De zesde, COP-6, zal plaatsvinden in Nederland in april 2002.

Voor meer informatie, zie:
Conference of the Parties - Background and Status.

 

Wat is de SBSTTA of HOWTTA?

In het vakjargon wordt dikwijls gesproken over 'substa'. Dit is de courante uitspraak van SBSTTA dat de afkorting (gelet op de uitspraak eerder een acroniem) is van 'Subsidiary Body on Scientific, Technical and Technological Advice'. In het Nederlands klinkt dit: Hulporgaan voor wetenschappelijk, technisch en technologisch advies. De afkorting hiervan HOWTTA, kan naar analogie met 'substa' worden uitgesproken als 'howta'.

HOWTTA is een comitť van experten uit de verdragsluitende partijen, aangevuld met waarnemers uit landen die geen partij zijn, uit VN-agentschappen en uit internationale en niet-gouvernementele organisaties. De taak van HOWTTA is om de Conferentie van de Partijen te voorzien van advies en aanbevelingen inzake wetenschappelijke, technische en technologische aangelegenheden. HOWTTA functioneert onder het gezag van de Conferentie van de Partijen en moet daarom rekening houden met de richtlijnen en instructies vanwege de COP.

Voor meer informatie, zie:
Subsidiary Body on Scientific, Technical and Technological Advice.

 

Wat is het 'Clearing-House' mechanisme of Uitwisselingsweb?

Het 'Clearing-House Mechanism' (CHM) onder het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD) is een mechanisme voor informatie-uitwisseling dat wordt opgebouwd om de technische en wetenschappelijke samenwerking met betrekking tot de doelstellingen van het Verdrag te bevorderen en te vergemakkelijken. Het mechanisme opereert hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, via het Internet en is een structureel gedecentraliseerd en verspreid netwerk, dat wordt beheerd en ontwikkeld door het VBD-secretariaat, door nationale en thematische knooppunten en door allerlei andere actoren m.b.t. biodiversiteit.

Het 'Clearing-House Mechanism', zoals het is gedefinieerd in Art. 18.3 van het Verdrag, weerspiegelt de erkenning dat samenwerking en uitwisseling van expertise onder alle volkeren essentieel is voor een succesvolle uitvoering van het Verdrag.

Het Belgisch uitwisselingsweb (B UWW) is de Belgische component van dit wereldwijde netwerk. Zijn rol is niet alleen om de behoeften aan informatie voor Belgische actoren, betrokken bij de uitvoering van het Verdrag te beantwoorden, maar ook om de in BelgiŽ aanwezige informatie en expertise ter beschikking te stellen van eenieder die in het Verdrag is geÔnteresseerd.

Het blijkt niet makkelijk om voor de term 'Clearing-House Mechanism' een Nederlandse vertaling te vinden. 'Uitwisselingsmechanisme', zoals het in de Nederlandse verdragtekst wordt genoemd, valt wat lang uit, ook wanneer het woord mechanisme door 'centrum' zou worden vervangen (wat zou aansluiten met de Franse vertaling 'centre d'ťchange'. Momenteel opteren we voor 'uitwisselingsweb' hoewel 'uitwisselingsnet' of '-bank' ook in aanmerking kwamen.

Voor meer informatie, zie:
onze pagina over het uitwisselingsweb,
het 'Clearing-House Mechanism to the CBD'.

 

Wat is een nationaal knooppunt?

Iedere verdragsluitende partij dient een nationaal knooppunt aan te duiden. De hoofdtaak ervan is te zorgen voor een optimale doorstroming van de informatie met betrekking tot het Verdrag. Het nationaal knooppunt brengt de ontvangen informatie vanwege het VBD-secretariaat over naar de bevoegde instanties en, omgekeerd, rapporteert het, via het verdragssecretariaat, aan de Conferentie van de Partijen in welke mate hun land de doelstellingen van het Verdrag naleeft. Het nationaal knooppunt beantwoordt de vele vragen gesteld door het secretariaat en coŲrdineert of stimuleert allerlei VBD-activiteiten op nationaal vlak.

Voor meer informatie, zie:
onze pagina over het Belgisch nationaal knooppunt,
nationale, regionale en thematische knooppunten in BelgiŽ,
de lijst van alle VBD-nationale knooppunten.

 

Wat is de situatie in BelgiŽ met betrekking tot het Verdrag?

BelgiŽ ondertekende het Verdrag inzake biologische diversiteit op 5 juni 1992, nl. op de eerste dag waarop het Verdrag voor ondertekening open was tijdens de VN-Conferentie over Leefmilieu en Ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro. BelgiŽ bekrachtigde het Verdrag op 22 november 1996. Overeenkomstig Art. 36 van het Verdrag, werd het Verdrag 90 dagen na de ratificatie, voor BelgiŽ bindend, dit is op 20 februari 1997.

De opvolging van het Verdrag in BelgiŽ berust bij de Stuurgroep 'Biodiversiteitsverdrag' waarin naast federale en regionale vertegenwoordigers een aantal experten voor thematische onderwerpen zetelen. De Stuurgroep werkt onder het gezag van het CoŲrdinatie-Comitť voor Internationaal Milieubeleid (CCIM). Tot de allereerste prioritaire taken van de Stuurgroep behoorden de voorbereiding van het Eerste Nationaal Rapport van BelgiŽ onder het VBD en de nationale monografie over biologische diversiteit. Verder bepaalt de Stuurgroep de Belgische standpunten tijdens de coŲrdinaties in EU-verband en bij andere internationale bijeenkomsten.

In 1995 werd het KBIN aangeduid als het Belgisch nationaal knooppunt voor de opvolging in BelgiŽ van het VBD. Tot zijn hoofdtaken behoren de coŲrdinatie van de informatiestroom van en naar het VBD-secretariaat in Montreal, alsook de ontwikkeling en het beheer van het Belgisch uitwisselingsweb (B UWW). Het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid - Luis Pasteur werd aangeduid als nationaal knooppunt voor alles wat betreft bioveiligheid en dus ook voor het Protocol van Cartagena. Om evidente praktische redenen werden tevens drie gewestelijke knooppunten aangeduid.

Voor meer informatie, zie:
onze nationale bijdrage on-line (bekrachtiging, uitvoering, documenten, enz.),
-  onze biodiversiteits pagina on-line (biodiversiteit in BelgiŽ, Belgische experten, afkortingen, verklarende woordenlijst, enz.),
het Eerste Nationaal Rapport van BelgiŽ onder het Verdrag inzake biologische diversiteit (enkel in Engelse versie beschikbaar),
de coŲrdinaten van de knooppunten in BelgiŽ m.b.t. diversiteit en leefmilieu.

 

Andere websites die informatie geven over het Verdrag
(een selectie)

 

Bijkomende referenties

  • A Guide to the Convention on Biological Diversity. Environmental Policy and Law Paper No. 30.  IUCN International Law Centre, IUCN Biodiversity Programme, 1994.
  • Convention on Biological Diversity. Text and annexes. CBD Secretariat, Montreal, Canada, 1998.
  • First National Report of Belgium to the Convention on Biological Diversity. Royal Belgian Institute of Natural Sciences, Brussels, 1998.
  • Sustaining Life on Earth - How the Convention on Biological Diversity promotes nature and human well-being, UNEP and CBD Secretariat, 2000. 
Hoofdpagina > Verdrag > vgv-verdrag

Laatste bijwerking  03-05-2005


©  Het Belgisch uitwisselingsweb, 2001.
Nederlandstalige versie op het Internet sinds 3 juli 2001.
Neem contact op met ons.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen